Naar Purper:

JE MOET ZEILEN OP DE WIND VAN VANDAAG. DE WIND VAN GISTEREN HELPT JE NIET VOORUIT, DE WIND VAN MORGEN BLIJFT MISSCHIEN WEL UIT! tekst en uitvoering: PURPER

Ik hou van motto's, hoewel ik niet iemand ben die ze zelf verzint. Liever zoek ik naar bestaande motto's die aansluiten bij mijn (manier van) leven. De tekst van Purper is al sinds jaren mijn handelsmerk, maar sinds ons bezoek aan de musical "Soldaat van Oranje" is daar een tweede motto aan toegevoegd: Morgen is Vandaag! Eigenlijk zeggen beide motto's hetzelfde. Geniet nu, leef nu, doe nu!!! En dat blijf ik proberen!!!!!

zondag 14 mei 2017

Kennedymars Cuijk

Dit stond donderdagavond klaar voor vertrek in Huize Wandelen en meer:


Vrijdagmiddag vertrokken de Wandelkerel, Wandelmams en ik richting bungalowpark het Heijderbos. Niet voor een lekker weekendje subtropisch zwemparadijs, maar om zaterdagmorgen om 5.00 uur aan de start te kunnen staan van de Kennedymars Cuijk. We verbleven in een bungalow met Marianne, Martin en Carla. Marianne is geen wandelaar, zij had zaterdag andere plannen. De overige vijf personen in "onze" bungalow gingen de uitdaging van deze KM aan. Na een lekkere maaltijd, stoofpot gemaakt door Carla, begon het grote zenuwen gedoe. Tassen pakken, voeten plakken, wat neem ik mee op mijn rug en wat doe ik in mijn tas voor onderweg, kleding klaarleggen, overleggen, schoenen in/uit de weg zetten, enzovoort. Marianne stopte met tv kijken, want de soap die zich voor haar ogen afspeelde was veel leuker dan welke fictie dan ook. Toen iedereen had gedaan wat hij wilde doen, namen we nog een slaapmutsje en rond tien uur gingen we naar bed.

Natuurlijk sliep ik weer slecht. Dat is eigenlijk altijd het geval voor ik aan een groot evenement ga beginnen. Ik was dan ook al wakker toen Martin op de deur klopte. De Wandelkerel moest ik wakker maken, maar gelukkig was hij snel bij zijn positieven. Carla bleek met oordoppen in te slapen en had het geklop op de deur niet gehoord, zodat Wandelmams haar wakker moest schudden. Het ontbijt verliep rustig en mooi op tijd stonden we bij de slagboom, waar we opgehaald zouden worden. Er waren nog geen wandelaars toen wij aankwamen en de portier gaf eerst ook nog wat tegenstrijdige informatie, zodat we blij waren toen er even later nog meer wandelaars arriveerden. Nog blijer waren we toen er ook twee auto's aankwamen rijden om ons op te halen. Deze auto's zouden gaan pendelen, we waren dus blij dat we er als eerste stonden, want nu konden we ook als eerste weg. Het was klimmen en klauteren en passen en meten, maar uiteindelijk zaten we alle vijf in een auto. Op naar de start.

Bij de start was het een drukte van belang. De organisator had op het laatste moment moeten uitwijken naar een kleinere startlocatie, waardoor de logistiek niet optimaal verliep. In de rij voor het startbewijs troffen we de eerste bekenden van het walkers4walkersforum en het aantal Walkers bleef groeien. Toen we het startbewijs eenmaal te pakken hadden, gingen we zo snel als mogelijk weer naar buiten, want het was een heksenketel binnen. De groep Walkers raakte ook wat verdeeld, met een klein groepje zaten/stonden we op een terras aan de andere kant van de startlocatie. Door de logistieke problemen werd de start een kwartier uitgesteld. De echte, fanatieke wandelaars konden dat niet waarderen en stonden te drammen en springen om te kunnen vertrekken. Toen er dan uiteindelijk gestart werd, vlogen zij ervandoor. Wij liepen rustig richting de weg en wachten op ruimte om in te voegen in de stoet. Deze ruimte kregen we van de andere Walkers, die nu nog dicht bij elkaar liepen en zo waren we op weg voor deze KM.



Na een paar honderd meter kwamen we langs het station en net daar voorbij staken we de spoorlijn over. Ineens zag ik dat dit de spoorlijn is die we tijdens de N4D ook oversteken, het was me alleen nog nooit opgevallen dat het station daar net achter lag. Nu is het daar tijdens de N4D ook wel een drukte van belang, maar toch. Na de spoorlijn volgden we de route van de N4D tot de kade en aangezien er nu geen pontonbrug lag, staken we de Maas niet over, maar volgden we de kade. Hier gaf de Wandelkerel gas en de rest van de dag zouden we hem niet meer terugzien. Gelukkig liet hij wel regelmatig iets van zich horen.



(De enige foto waar we met zijn drieën op staan. Geleend van Ineke.)


Ik vergat om een foto te maken van het uitzicht vanaf de kade, maar gelukkig zijn er wandelvrienden die daar wel foto's hebben gemaakt en daar heb ik er één van geleend. De onderstaande foto is gemaakt door Ruud.


Op de kade sloot Robert zich bij Mams en mij aan en gedrieën liepen we verder. We hadden nog meer dan voldoende energie om te kletsen en dat deden we dan ook. De kilometers vlogen voorbij, maar op een bepaald moment begonnen Mams en ik toch wel erg te verlangen naar de eerste rust. Niet omdat we wilden zitten, of nou ja eigenlijk wel, maar dan wel op de pot. We moesten allebei zo nodig!!! We waren dan ook erg blij om de eerste rust, Watersportcamping 't Loo, te bereiken. Er stond een flinke rij voor de toiletten, maar Mams en ik ontdekten een vergeten toilet in de wasserette die niet werd gebruikt. Dat scheelde een hoop wachttijd. Robert wachtte op ons en na het aanpakken van de broodjes besloten we om hier door te lopen. Tijdens de tweede helft van de tocht zouden we die extra tijd wellicht nodig hebben om te rusten.









Al etend liepen we verder. Via een wildrooster kwamen we op een fietspad terecht en al snel snapten we waarom dat wildrooster er lag. Het stikte van de (half)wilde runderen. Deze dieren waren stiknieuwsgierig en kwamen al die rare tweevoeters van dichtbij bekijken. Mams moest een sprongetje maken om de hoorn van één van de schatjes te ontwijken, toen het dier ineens omkeek. Dit tot groot vermaak van Robert en mij. Aan het einde van het fietspad wachtte weer bekend terrein, de N4D-route tussen Linden en Beers. Om tien over acht bereikten we Beers. In tegenstelling tot de N4D moesten we nu wachten voor de stoplichten om de rijksweg te kunnen oversteken. Dat deden we dan ook maar braaf. We verlieten Beers en werden een prachtig, maar smal zandpaadje opgestuurd. Hier kreeg ik het eerste berichtje van de Wandelkerel, hij was bij de tweede rust op 20 km. Volgens de routebeschrijving zaten wij 16 km, de Kerel ging lekker dus.

Aan het einde van het zandpad gingen we verder op een asfaltweg. Met zijn drieën naast elkaar liep het heerlijk. Achter ons begonnen mensen over de vlag aan onze tas en waar die vlag dan van was. Toen bleek dat het om de provincievlag van Drenthe ging kregen we een wel heel bijzondere reactie: "Komen jullie dan hier een Kennedymars lopen? Hebben ze in Drenthe geen Kennedymarsen?" Toen wij zeiden dat er komende woensdag een KM in Drenthe is (Odoorn) was men helemaal verbaasd. Zo'n eind van huis gaan wandelen, terwijl het vlakbij ook kan. Tja, wat moeten we daar nu op zeggen. Niet veel dus.

Een kwartier na dit voorval kwamen we bij de tweede rust. De Wandelkerel was alweer op weg, maar we troffen hier wel Aike, Carola en Jacqueline. Ik moest natuurlijk weer plassen en toen ik terugkwam was het gelukt om een plekje te vinden waar we met zijn allen konden zitten. En dat met zijn allen werd wel heel letterlijk genomen, want na ons arriveerden Martin, Corné, Marieke, Bertus, Carla, Jannie, Cobie, Truus en Esther. En elke keer werden er stoelen bijgeschoven, een groot gedeelte van de Walkers zat hier bij elkaar. Op deze post konden we ook bij de tassen voor onderweg, maar op dit moment hadden wij niets nodig, dus die konden gelijk weer op transport. Wel ging het shirt met lange mouwen uit, maar die deed ik in mijn rugtas. Dan had ik hem bij de hand zodra ik het koud begon te krijgen.










Na een poosje zitten vonden Mams, Robert en ik dat we lang genoeg gezeten hadden en pakten we ons boeltje weer op en gingen verder. Met een welgemeend "tot straks" werden we uitgezwaaid. We waren een poosje op weg toen we werden bijgehaald door Aike, Carola, Jaqueline en Martin. En zo liepen we in steeds wisselende samenstelling verder. Kasteel Tongelaar was een leuke verrassing, fotomomentje, en even verderop zagen we een groep wandelaars stilstaan. Het bleek om de wagenrust op 25 km te gaan. We tikten een gekookt eitje weg (of twee, toch Carola) en dronken een beker vruchtensap (of twee, ikzelf).





Hierna volgde een erg leuk stuk langs een kunstroute. We schoten dan ook niet zo erg op, omdat er te veel te zien was. De kunstroute kwam uit bij een recreatiegebied waar ook allerlei objecten stonden. Het laatste stukje voor de rust op 33 km duurde mij net iets te lang. Ik moest natuurlijk weer naar de wc, zelfs zo nodig dat ik bereid was om een groen toilet te nemen, ware het niet dat er geen bosjes waren om gebruik van te maken. Wat was ik blij toen we er waren. Ik schoot direct door naar het toilet, zodat ik even later kon aanschuiven bij de Walkers die zich al verzameld hadden. Ook nu werd het gezelschap steeds groter en waren de praatjes niet van de lucht. Ik vroeg de Wandelkerel waar hij was en hij bleek op 38 km te zitten. Hij liep wel lekker, maar minder soepel dat in Gaasterland. Er waren gelukkig geen problemen, dus hij ging gestaag verder.















Na deze rust vertrokken Mams en ik met zijn tweeën. We waren nog maar net op weg toen we op een grote vlakte uitkwamen met een uitkijkpunt. Daar moesten we overheen. Natuurlijk mopperden we daar over, maar eigenlijk sloeg het nergens op, want zo hoog was het niet. In het bos kreeg ik een berichtje van Angelique, wegens gezondheidsproblemen kon ze niet meelopen, daarom had ze besloten om vandaag als supporter op pad te gaan. Zij was op de rust op 43 km en daar was de Wandelkerel gearriveerd. Het ging goed met hem. Dat is fijn om te horen.







Na de vlakte een stukje bos en na een klein stukje verhard de rustpost op 38 km. Hier wilden we eigenlijk niet gaan zitten, maar toen bleek dat we een bakje fruit kregen, gingen we toch even naar binnen en zaten 5 minuten om het fruit op te eten. Vanaf hier sloten Martin en Marieke zich bij ons aan en met zijn vieren gingen we op weg naar de rustpost op 43 km. Dat was een mooi vooruitzicht, want dan waren we toch maar mooi over de helft.

Maar voor het zover was, moesten we eerst klimmen. We werden het Duitse lijntje opgestuurd en om die te bereiken moesten we over een hekje klimmen. Er was wel een opstapje en een paal om je aan vast te houden, maar de paal stond los en die gaf dus geen houvast. Mams was de eerste die probeerde te klimmen en dat ging niet helemaal goed. Gelukkig had ze dat snel door en uiteindelijk zijn we alle vier, de een met wat meer moeite dan de ander, over het hekje gestapt zonder het opstapje en de paal te gebruiken. Gelukkig hoefden we niet te klimmen om het Duitse lijntje te verlaten, hier stond een klaphekje. We verlangden ondertussen naar de rust en dan lijkt het altijd nog enorm lang te duren. We waren dan ook blij toen we de rust bereikten. Hier troffen we een heel rijtje Walkers en natuurlijk onze supporter van de dag, Angelique.


Ik besloot om droge, schone sokken aan te doen. Maar voor het zover was haalde ik eerst binnen een broodje ei. Mams had een blaar en wilde graag verzorging. We besloten dat ik dat zou doen. Omdat we op een randje van een plateau zaten, was het het makkelijkst als Mams op haar buik zou gaan liggen, dan kon ik goed bij haar voet. Ik haalde Duoderm en tape tevoorschijn en ging aan het werk. Het resultaat was weer een waar kunstwerk, zeker gezien de omstandigheden. En het allerbelangrijkste was dat Mams verder geen last meer heeft gehad van die plek.





Net toen Mams en ik weer wilden vertrekken, kwamen Jannie, Carla en Cobie binnen. Gelukkig, ze waren nog in de running. Carla had last van een plekje op haar hiel en vroeg om een stukje Duoderm, ze zou binnen bij de EHBO dan wel regelen dat haar hiel afgeplakt werd. Natuurlijk kreeg ze een stukje Duoderm, we wilden niets liever dan dat ze de finish zou halen. We werden uitgezwaaid door Angelique en de wandelaars die nog even genoten van de rust. Nog "maar" 37 km te gaan.

Volgens de routebeschrijving was er een wagenrust op 48 km en een rust met friet op 52 km. Ons plan was dus om door te lopen naar de 52 km. Maar plannen kunnen veranderen. Allereerst kregen we een berichtje van de Wandelkerel dat de frietrust niet doorging. Hij wist niet waarom, maar hij vond het wel jammer. Hij had wel zin in een portie friet. Nu was hij maar ergens gaan zitten om wat uit eigen voorraad te eten.

Wij liepen ondertussen nog tussen de 43 en 48 km en ik kreeg last van een plek op mijn rechterhiel. Daar wilde ik niet tot de 52 km mee doorlopen. Dus op het picknickbankje op 48 km keek ik even wat er aan de hand was. Nou, een blaar. En dus kwam weer een naald, de Duoderm en de tape tevoorschijn. Het was een beetje oncomfortabel, maar het lukte me om de boel netjes door te prikken, te ontsmetten en weer af te plakken. We liepen net weer, toen ik merkte dat mijn sok bij mijn kleine teen rechts niet goed zat, dus weer stoppen, schoen uit, sok goed, schoen weer aan, nog niet goed, schoen weer uit, nieuwe poging om sok goed te doen, schoen weer aan. Yeah, alles goed!!! En door. Wandelmams was langzaam doorgelopen, ze was blij dat ze weer op gang was en wilde niet stilstaan. Ik begon dus aan een inhaalrace. En zo liepen we even later weer met zijn tweetjes verder.

We liepen door een prachtig stukje bos en op dat moment waren wij de enige wandelaars daar. Toch wel bijzonder dat je bij zo'n groot evenement in alle rust door het bos kan lopen. Nadat we het bos verlaten hadden, was het even onduidelijk waar we heen moesten, maar gelukkig zagen we al snel de krijtpijl op de weg. Even later stond er een auto met hapjes en drankjes, deze stond daar om de verdwenen frietrust te vervangen. Volgens de man die deze post bemande had de nieuwe eigenaar van de snackbar twee dagen voor de start laten weten af te zien van deelname. Gelukkig werd het gemis opgevangen door de voorzieningen van deze auto. Hier troffen we ook Carola, Aike, Jacqueline, Marieke en Martin weer. Aike en Carola wilden graag even zitten en zochten een klein stukje verder een terras op, de rest besloot om door te lopen naar de volgende wagenrust op 57 km. Maar niet voordat we Angelique even begroet hadden, die hier haar tweede supportplek had gevonden.






Met zijn vijven gingen we weer verder en bij allemaal sloeg de meligheid toe. Tijdens een Kennedymars is het stuk tussen de 50 en 60 km zo'n loos stuk. Je hebt al een heel eins gelopen, maar je kunt nog niet echt gaan aftellen, want je moet tenslotte gewoon nog een klere-eind lopen. Er werd weinig gepraat. Toch was het zwijgen niet vervelend. Je weet dat de ander zo'n beetje hetzelfde meemaakt en dat maakt dat er geen woorden nodig zijn om elkaar te begrijpen. De Wandelkerel stuurde een berichtje. Hij zat bijna op 60 km en had ook een dip. Zijn rechtervoet irriteerde, maar het waren geen blaren. Ik gaf hem het advies om eventueel bij de EHBO aan te gaan en hij beloofde dat te doen als het nodig was. Hij had meer dan genoeg tijd en hij dacht nog geen moment aan opgeven.

Voor mij werd het wel vervelend toen de blaar op mijn rechterhiel weer begon te irriteren, zelfs pijnlijk werd. Ik was bang dat ik bij de volgende wagenrust weer moest gaan prikken en plakken en dat terwijl mijn schoenen verder zo lekker zaten. Er zat voorlopig niets anders op dan gewoon doorlopen, want ik had geen enkele behoefte om op de grond te gaan zitten om mij met mijn blaar bezig te houden. We hadden het er nog even over dat veel mensen niet begrijpen dat het soms beter is om gewoon door te lopen met een blaar of dat je sowieso doorloopt met een blaar. En zo legden we weer wat kilometers af. En met elke kilometer verdween de pijn en de irritatie een beetje meer, net zo lang totdat ik weer pijnloos liep.

Martin had het ondertussen zwaar te verduren, want hij liep met een paar z..kwijven. Alle vier de dames moesten heel nodig naar de wc en we lieten dat meerdere keren weten. Gelukkig voor hem kwam de volgende wagenrust, door ons omgedoopt tot komkommerrust, eindelijk in zicht. En daar troffen we Robert weer. De man die de post beheerde stuurde ons door naar het toilet. er was er één achter elke volgende dikke boom. Het werd dus deze keer een groen toilet. En dat luchtte op. Met zijn zessen zaten we op een slagboom en aten grote stukken komkommer. Gelukkig waren er ook flesjes water, zodat ik mijn waterzak weer kon vullen. Ik had al twee liter water gedronken. Ik vulde bij tot een liter, zodat ik voorlopig weer vooruit kon.


Op een bepaald besloot Robert om weer op pad te gaan. Dat kostte een heleboel moeite, hij liep erg moeilijk en het tempo lag erg laag. Een minuut of vijf later besloten wij ook weer te gaan lopen. Het was 6 km naar de volgende rust en vanaf daar konden we echt gaan aftellen, dan waren we het 60 km-punt gepasseerd. Binnen een paar honderd meter haalden we Robert in, die liep als een 80-jarige. Hij gaf aan dat we gewoon door moesten lopen, hij had nog even tijd nodig om op gang te komen. We slingerden een stukje door het bos en liepen toen richting een doorgaande weg. Ineens begon Jacqueline te zwaaien en te roepen, haar vader stond langs de kant om haar aan te moedigen. En hij had hele lekkere tomaatjes, komkommertjes en andere wandelsnacks bij zich. Martin en Marieke waren doorgelopen, maar Mams, Jacqueline en ik genoten van het lekkers.


Papa Jacqueline wees ons de goede kant op beloofde ons later nog een keer op te vangen. De Wandelkerel liet weten dat hij schone sokken had aangedaan en dat hij op pad ging voor de laatste loodjes, dus 17 km. Na een rondje rotonde werden wij weer het bos ingestuurd. Het eerste stuk ging prima, maar later waren we iets minder blij met dit bos. Er staken namelijk regelmatig boomwortels over. Achteraf hoorde ik van de Wandelkerel dat hij een klap tegen een boom had gegeven op dit stuk, zo zat was hij het wandelen en het bos. Die arme boom.

Maar ook aan dit stuk bos kwam een eind en daar troffen we papa Jacqueline weer, met nog een keer tomaatjes en komkommertjes. We stonden kort stil, want we wilden nu toch wel naar de rust op 63 km. Vanaf hier kon het aftellen dan toch echt beginnen. We vervolgden onze route over een asfaltweg en na een bocht naar links zagen we een kerktoren recht voor ons. Dat moest toch wel de kerktoren van Sambeek zijn en we liepen er recht op af. Langs de kerk, waar we werden toegejuicht door een groep mensen, liepen we recht op de rust af. Hier zagen we Martin en Marieke met een bord pasta en dat zagen wij ook wel zitten.




Angelique had hier supportplek 3 gevonden en vertelde me dat ze de Wandelkerel had gezien en dat hij had gemopperd over zere voeten. Ze had hem duidelijk gemaakt dat dat niet raar is na ruim 60 km lopen en dat dat erbij hoorde. Na overleg met haar had hij besloten schone sokken aan te doen en een poosje later was hij redelijk uitgerust weer op pad gegaan.

Omdat de man van het tassenvervoer aangaf dat de tassen op korte termijn zouden worden opgehaald, namen we contact op met Carla, Jannie en Cobie om te vragen of zij nog iets nodig hadden uit hun tas. Het bleek niet nodig te zijn om dat te pakken, want ze waren op enkele minuten afstand van de rust. De tassenman beloofde toen om te wachten, zodat zij rustig hun spullen konden pakken.

Carla mopperde omdat ze last had van de hiel waar de Duoderm op zat. Dat lag niet aan de Duoderm, maar aan het feit dat EHBO'er erg zuinig was geweest en nu irriteerde de plek weer. Ze haalde de tape eraf en gooide er een dikke klodder Hirschtalgcreme op en dekte die af met een pluk vette watten. Met nog 17 km te gaan, moest dat maar voldoen.

Jacqueline, Mams en ik stapten weer op, kort daarna gevolgd door Martin. Al snel kwamen we op een smal pad langs de Maas, waar het gras meer dan twee kontjes hoog stond. We keken ook nog tegen de onderstaande zon in, zodat het zicht erg slecht was. Ik zette toch mijn hoed maar weer op, zodat ik in ieder geval de grond voor mij goed kon zien. Wat waren we blij toen we weer asfalt onder onze voeten kregen. Niet omdat het paadje niet mooi was, maar omdat de coördinatie onderhand toch wat te wensen overliet.






De Wandelkerel liet weten dat hij op 73 km zat en dat hij het zou laten weten als hij binnen was. Voor hem nog zo'n anderhalf uur wandelen voor de boeg, voor ons ongeveer het dubbele. We kwamen bij de wagenrust op 68 km en besloten om toch maar even te gaan zitten. In de verte zagen we Marieke aankomen en nadat ook zij even had gezeten, gingen we met zijn vijven verder voor de laatste 12 km. Met nog ruim drie te gaan, moest het toch goed gaan komen.

We werden nog getrakteerd op een prachtige zonsondergang en net voor het echt donker werd draaiden we een dijk op. Deze dijk moest ons naar Oeffelt brengen, waar we het 73 km-punt zouden bereiken.






Deze dijk leek te zijn gemaakt van elastiek en ondertussen werd het steeds donkerder. In de verte zagen we een lichtje aankomen, een eenzame fietser. Het bleek te gaan om W, de man van Jannie die haar tegemoet kwam fietsen om haar op de laatste kilometers te begeleiden. Wat een topper toch.

Aan het einde van de dijk was het echt donker en had één van ons een vetermomentje*!! Omdat het toch donker was, was het niet nodig om echt aan de veters te prutsen, niemand die het zag. Eindelijk mochten we die verrekte dijk verlaten. Niet dat we nu direct bij de rust waren, maar we waren in ieder geval weer in de bewoonde wereld. En na een paar slingers door Oeffelt ook bij de rust. Nog 7 km te gaan!!

We sprokkelden lampjes, zaklampen en reflecterende vestjes bij elkaar. Door de hectiek met de tassen bij de vorige rust hadden we er niet aan gedacht om die uit de meegereisde tassen te halen. Maar met zijn vijven hadden we voldoende hulpmiddelen om goed zichtbaar te zijn.

Het opstarten was een drama, alles deed zeer. Maar gelukkig werd dat na een paar honderd meter weer beter, zodat even later de gang er toch weer in zat. We verlieten Oeffelt en bereikten net de weg naar Sint Agatha toen de Wandelkerel belde. Hij liep al in Cuijk, maar was verdwaald. er was geknoeid met de pijlen en hij had geen idee waar hij was en waar hij heen moest. Ik beloofde hem het adres te appen, zodat hij met behulp van de kaart op zijn telefoon de weg kon vinden en hij beloofde mij te bellen als hij binnen was.

Dat bericht kwam even later, de Wandelkerel deed over zijn tweede Kennedymars 17 uur en 45 minuten. Hij zou proberen zo snel mogelijk naar het huisje terug te gaan, zodat hij lekker kon douchen voor wij terug zouden zijn.

Wij moesten nog iets meer dan 5 km en er zat dus niets anders op dan stug doorlopen. Er was nog een rust op 78 km, maar met de opstartproblemen vanuit de vorige rust nog in ons achterhoofd, besloten we om nu maar door te lopen. Ineens zag Jacqueline in de verte de kerk van Cuijk. Blijdschap alom, het eind was in zicht. Nog meer blijdschap toen we het plaatsnaambordje Cuijk zagen. ik was zelfs zo blij, dat ik het nog kon opbrengen om naar de andere kant van de weg te lopen om een foto te maken.


We werden binnen gehaald door Truus, die het vandaag bij 50 km had gehouden, en zij begeleidde ons naar het station. We liepen langs het punt waar de Wandelkerel verkeerd was gelopen en waren blij dat hij ons daarover had ingelicht, extra kilometers zagen we niet meer zitten. Bij de finish troffen we Angelique, die voor ons allemaal een aardigheidje had, en daarna konden eindelijk de schoenen uit.


Na een krap half uur kwamen ook Robert, Carla, Jannie en Cobie binnen en natuurlijk kregen ze van ons groot applaus. Net toen de chauffeur Carla, Martin, Mams en mij weer naar het Heijderbos zou brengen, kwamen Carola en Aike binnen. Ook voor hen applaus en de hartelijke felicitaties.

Eenmaal terug in het huisje troffen we de Wandelkerel fris gedoucht op de bank in het gezelschap van Marianne. Er werd gedoucht, gedronken, gesnackt en bijgepraat voor we ons bed indoken.

De volgend morgen werd de schade bekeken. Voor mij een paar blaren, waarvan eigenlijk alleen die op mijn rechterhiel noemenswaardig is. Mams had een soortgelijke blaar, maar niet op de plek die ik had afgeplakt, de Wandelkerel had geen blaren, net als Martin. Carla was op blarengebied de topscoorder van dit weekend, er zat een dikke, dikke bloedblaar op haar hiel. De Wandelkerel maakte een foto en hield zijn hand naast de blaar om te laten zien hoe groot hij was. Nou zo groot:


Na een uitgebreide brunch, lummelden we lekker de dag door. 's avonds zorgde ik voor soep en salade en daarna moesten de Wandelkerel en ik weer naar huis.. De rest bleef tot maandagmorgen,

Ik wil alle wandelvrienden en -vriendinnen bedanken voor dit fantastische weekend. Ik heb genoten, ondanks dat pokke-eind lopen....



* Vetermoment wil zeggen dat je doet alsof je jouw veter opnieuw moet strikken om te verbergen dat je huilt. Deze momenten komen vooral tijdens fysiek zware wandeltochten.